De kracht van het open gesprek
Naam
Esther Mulders
Organisatie
Netwerk Palliatieve Zorg
Regio
Roosendaal, Bergen op Zoom, Tholen
Rollen
Transmuraal palliatief verpleegkundige (en sinds kort ook geestelijk begeleider)
Ze stond aan de wieg van haar eigen vak. Sterker nog: Esther Mulders wilde al Transmuraal Palliatief verpleegkundige worden voor dat die functie überhaupt bestond. Waar de rol tot op de dag van vandaag schaars is, heeft het Netwerk Palliatieve Zorg in West-Brabant inmiddels al bijna 25 jaar ervaring. Die eigenwijze keuze van destijds blijkt een zegen voor mensen die niet meer te genezen zijn. Een verhaal over de kracht van het open gesprek en wanneer dit bijzondere werk bij je past: ‘Ik probeer ‘een heel zacht lichtje te schijnen’ op de volledig nieuwe realiteit van die ander.’
‘Het Netwerk Palliatieve Zorg is een samenwerkingsverband van zorgorganisaties. Denk aan het Bravis ziekenhuis, meerdere thuis- en ouderenzorganisaties, GGZ, S&L, huisartsen, apothekers, hospices, het Centrum voor Levensvragen en Vrijwilligers Palliatieve Terminale Zorg. Kwalitatief hoogwaardige palliatieve zorg: dat is onze gezamenlijke ambitie. Een van de diensten van het netwerk is de transmuraal palliatief verpleegkundige. In die rol ben ik de schakel met de andere zorgprofessionals. Maar ik ben er vooral voor patiënten en naasten die behoefte hebben aan ondersteuning. Om te luisteren wat ze nodig hebben. Zijn ze bang of verdrietig? Willen ze hun verhaal kwijt? Hebben ze vragen over palliatieve zorg of willen ze gewoon praktische informatie? Het maakt niet uit of er al een zorgorganisatie betrokken is. Het moet zo laagdrempelig mogelijk zijn. Iedereen die behoefte heeft aan begeleiding of vragen heeft over palliatieve zorg, kan contact met ons opnemen.’
Hoe moet het nu verder?
‘Goede zorg start met een open gesprek’, staat in het Generiek Kompas. In mijn vak ervaar ik dat vaak al bij de eerste ontmoeting. Mensen vragen zich af: ‘Wat gebeurt er met mij? Waarom overkomt mij dit? Hoe bereid ik me voor? Hoe geef ik nog zin aan het leven als ik alleen nog maar op bed lig? Hoe moet het nu verder?’ Mensen die niet meer te genezen zijn, hebben misschien nog helemaal geen wijkverpleging nodig, maar worstelen vaak wel met een heleboel vragen. Een transmuraal palliatief verpleegkundige kan dan een eerste contactpersoon of gesprekspartner zijn bij mensen thuis. Ik verleen dus zelf geen fysieke zorg. Ik kom vooral om te luisteren. Om in een open gesprek te horen waar iemand behoefte aan heeft. Dat is vaak eerst even aftasten. Je bent te gast bij mensen thuis die in een hele kwetsbare en intieme situatie zitten. Een wijkverpleegkundige heeft een duidelijke rol en taak. Bij mij hebben mensen niet altijd direct een beeld bij wat ik kom doen. Mijn functie is ook heel ruim en open. Soms denken mensen dat ik over de dood kom praten. Maar ik probeer vooral aan te sluiten bij waar ze in hun unieke situatie op dat moment zelf behoefte aan hebben.’
‘Goede zorg start met een open gesprek. In mijn vak ervaar ik dat vaak al bij de eerste ontmoeting. Mensen die niet meer te genezen zijn, hebben misschien nog helemaal geen wijkverpleging nodig, maar ze worstelen wel met een heleboel vragen.’
In alle openheid
‘Afhankelijk van die behoefte kan ik verschillende rollen invullen. Ik kan een wegwijzer zijn: het eerste informatiepunt voor mensen. Vaak ben ik een klankbord voor mensen die een dieper gesprek of hun verhaal kwijt willen. Maar ik kan ook een katalysator zijn: iemand die in een gezin of familie het gesprek aanzwengelt. Vanuit die verschillende rollen werk ik in verbinding samen met andere zorgprofessionals. Zonder op hun stoel te gaan zitten. Ik ben geen (huis)arts of wijkverpleegkundige. Geen psycholoog of maatschappelijk werker. En toch merk je dat mijn collega’s en ik een waardevolle aanvulling zijn op de zorg. Alleen al omdat wij de tijd en ruimte hebben om echt met mensen in gesprek te gaan. Je tast af: wat speelt hier? Wat hebben mensen nodig? Waar is iemand het meest mee bezig? Openheid is daarbij van groot belang. Horen wat iemand beweegt en drijft in het leven. Openstaan voor hoe een ander naar het leven en de dood kijkt. Ook als dat heel anders is dan jouw eigen visie.’
‘Je bent geen arts of wijkverpleegkundige. Geen psycholoog of maatschappelijk werker. Maar wel een waardevolle aanvulling op de zorg.’
Een heel zacht lichtje
‘Als je het over ‘mijn eigen wijs’ hebt, dan is mijn persoonlijke manier vooral onderzoekend en aftastend. Niet oordelen, maar horen en ontdekken wat de ander beweegt en drijft in het leven. ‘Er zijn’, zonder te veel ruimte in te nemen. Want ik bent er niet voor mezelf. Ik kom geen kunstje doen. Ik probeer om ‘een heel zacht lichtje’ te schijnen op de totaal nieuwe realiteit van die ander. Mijn ervaring is dat een bescheiden opstelling en medemenselijkheid daarin belangrijk zijn. Je bent letterlijk medemens. Je bent net zo goed sterfelijk. Deskundig in je vak, maar je ervaart en doorleeft zelf niet wat die ander meemaakt. Me opstellen als leerling helpt mij bij het voeren van een open gesprek. Die wederkerigheid maakt een ontmoeting puur en oprecht. Je neemt altijd jezelf mee, je bent je eigen instrument. Ik doe mijn werk vanuit nabijheid en betrokkenheid, maar ben me er tegelijkertijd van bewust dat ik een buitenstaander ben. Uiteindelijk is het het proces van de ander, waarin ik even mee mag lopen.’
‘Wederkerigheid maakt een ontmoeting puur en oprecht. Je neemt altijd jezelf mee, je bent je eigen instrument; Ik doe mijn werk vanuit nabijheid en betrokkenheid, maar ben me er tegelijkertijd van bewust dat ik een buitenstaander ben.’
Er écht zijn
‘De proactieve zorgplanning hoort ook bij mijn functie. Dat je bewust in gesprek gaat over de wensen rondom de laatste levensfase. Wat wil iemand nog meemaken, wat is nu het meest van belang? Andere onderwerpen zijn behandelwensen en behandelgrenzen, een wilsverklaring of euthanasieverklaring. En of iemand nog palliatieve chemobehandeling wil of gereanimeerd wil worden. Het is aftasten en aanvoelen wat het juiste moment voor een gesprek is. De cliënt, de naasten, het gezin, de cultuur, de stemming van de dag; het speelt allemaal mee. Iedere individu, elke situatie en elk moment is anders. Het vraagt om kennis, ervaring, inlevingsvermogen, het vermogen om te reflecteren en rust. En vaak ook om stilte. Want in stilte gebeurt heel veel. Je hoeft niet alles op te vullen, in te vullen of aan te vullen. Niet alles is op te lossen of vraagt om een oplossing. Het vraagt om er écht te zijn.’
