De wijk als zorgverlener: hoe woonzorgzones ouderen langer thuis laten wonen
Naam
Kim Janssen
Organisatie
Envida
Regio
Maastricht-Heuvelland, Limburg
Rollen
Procesbegeleider
Stel, je woont al veertig jaar in dezelfde wijk. Je kent de buren, hebt je vaste boodschappenroute en drinkt op zondag koffie met je zoon. Maar jouw chronische ziekte wordt niet beter en alles wordt hierdoor moeilijker: de trap oplopen, het huishouden, maar ook je persoonlijke verzorging. Verhuizen naar een verpleeghuis? Misschien is dat wel helemaal niet nodig. In Zuid-Limburg zet Envida samen met zestien andere organisaties in op woonzorgzones: wijken waarin wonen, welzijn en zorg samenkomen. Procesbegeleider Kim Janssen vertelt hoe zij dit mogelijk maken, zodat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven wonen. ‘Het gaat niet om het volgen van regels, maar om mensen. Hoe heeft iemand zijn leven altijd geleid, en hoe kunnen we dat zoveel mogelijk behouden?’
‘Ik ben van huis uit verpleegkundige en heb jarenlang in de wijkzorg gewerkt. Later maakte ik de overstap naar de verpleegzorg en liep ik tegen de verzuiling aan: wijkzorg deed z’n ding, verpleegzorg het hare, terwijl bewoners gewoon één leven leiden. Binnen Envida kregen we van een proactieve bestuurder de kans om dat eigenwijzer te doen: in een appartementencomplex werkte één team voor zowel bewoners zonder zorgvraag als voor mensen met 24-uurszorg. Minder regeltjes, meer kijken naar hoe iemand zelfstandig kan blijven. Toen ze mensen zochten om hiermee aan de slag te gaan, kwamen ze onder andere bij mij terecht en ik heb die kans met twee handen aangegrepen!’
‘Waarom zou je stoppen met gewoontes die iemand al twintig jaar heeft?’
Samenwerken in de wijk
‘Woonzorgzones zijn afgebakende geografische gebieden waar zorgpartners met elkaar samenwerken. Daardoor is zorg voor bewoners altijd dichtbij wanneer dat nodig is. We moesten anders gaan werken, omdat er een uitstroom van personeel is in Zuid-Limburg. De vergrijzing is groot en het aantal jongeren laag, maar de zorgvraag wordt ondertussen niet minder. We zijn anders gaan werken door te kijken naar wat een bewoner wil en kan. Sommige mensen slapen graag uit. Dan is het prima om later te komen, in plaats van iedereen rondom het piekuur gewassen aan tafel te hebben. De wijkverpleegkundige speelt hierbij een sleutelrol. Die kent het sociale netwerk, ziet patronen en kan daarop anticiperen. We willen niet op incidenten organiseren, maar vooruitkijken. Dat kan door mantelzorgers, familie en vrienden stap voor stap te betrekken. Denk aan hulpmiddelen, digitale oplossingen, maar ook boodschappen. Dat zijn allemaal manieren om professionele zorg uit te stellen of te verlichten.’
‘Consequent terug naar de basis: wat heeft die persoon nodig en hoe regelen we dat?’
Van regels naar rituelen
‘Het behouden van zelfstandigheid draait om het samenbrengen van mantelzorgers, professionals, familie, vrijwilligers en buurtinitiatieven. Ga dat familiegesprek aan. Maak mantelzorgers zo veel mogelijk onderdeel van het zorgproces. Een mooi voorbeeld vind ik een dochter die al jaren elke zondag bij haar moeder langs ging. Ze zette medicatie klaar, dronk samen koffie en dekte de tafel. Waarom zou dat veranderen als er professionele zorg bij komt kijken? Dat soort rituelen zijn belangrijk. Soms kon de verpleging daardoor later op de dag komen, omdat de dochter al veel had gedaan. De grootste voldoening zit bij mij in dat soort kleine overwinningen. Een bewoner met beginnende dementie woont in een beschermde omgeving, waar hij gewoon naar buiten kan. Hij is enorm sociaal, dus daarom heb ik hem in contact gebracht met buurtbewoners voor een kop koffie. Ik zie dat hij dat straks zelf kan ondernemen. Zijn dag krijgt zo een andere invulling.’
Het netwerk versterken
‘Het valt en staat in een woonzorgzone allemaal met de gemeenschap. In een flatgebouw zit iedereen al dichter op elkaar, maar ook in een wijk kun je mensen verbinden. Soms via gedeelde interesses. Denk aan samen voetbal kijken of de Tour de France. Daardoor heb ik vriendschappen en zelfs relaties zien ontstaan. Er zijn ook bewonersinitiatieven die opbloeien. We hebben een bijna 90-jarige oud-docent Nederlands. Hij leest boeken voor, voor bewoners die daar graag naar luisteren. Nou, ik wist niet dat Moby Dick zo verteld kon worden. Bijna een toneelstuk, zo mooi doet hij dat! In hetzelfde gebouw is een nieuwsgroep van 23 bewoners die samen één keer per week de kranten doorspitten en bespreken. Zulke initiatieven zorgen dat mensen elkaar blijven zien.’
‘Verhuizen is voor iedereen ingrijpend, maar relaties in stand houden is altijd winst’
Kleine stappen, grote winst
‘De impact van de woonzorgzones wordt binnenkort gemeten, maar ik zie nu al succesjes. Het begint bij vroegtijdig signaleren. Als je merkt dat iemand achteruitgaat, ga je direct in gesprek met de bewoner, familie en huisarts. Dan kun je maatregelen treffen voordat je alleen op incidenten moet handelen. Het is verleidelijk om in hectiek terug te vallen op oude patronen, maar verandering vraagt dat we blijven samenwerken en vooruitdenken. Zorgorganisaties hebben hierin een rol, maar bewoners, familie en vrienden ook. Zelf nadenken over de volgende dag. Wat heb je nodig om zo lang mogelijk zo zelfstandig mogelijk te blijven? Denk bijvoorbeeld aan een boodschappendienst. Uiteindelijk hoop ik dat we hiermee bereiken dat bewoners over hun wijk zeggen: “Ik heb mijn leven kunnen leiden zoals ík dat wilde.”’








