Weet wat je meet: de eigenwijze koers van Opella
Naam
Nellie Pels, adviseur kwaliteit en innovatie en Els van der Meer, beleidsadviseur
Organisatie
Opella
Regio
Gelderse Vallei
Elk jaar leverden we als sector data aan over de landelijk afgesproken indicatoren. Het kan zijn dat deze indicatoren waardevolle inzichten bieden, maar het sloot niet altijd aan bij de lokale behoefte om te leren en ontwikkelen. Het Generiek Kompas zet een streep door een landelijk vastgestelde set indicatoren, en toch blijft Opella meten. Nellie Pels en Els van der Meer gingen eigenwijs aan de slag met eigen indicatoren, passend bij de lokale uitdagingen en wensen om te leren en te ontwikkelen.
‘Wat doen we goed? Wat gooien we overboord? En hoe kunnen we wat we doen zo goed mogelijk inpassen in het nieuwe Kwaliteitsbeeld? Uiteraard deden we al veel op het gebied van kwaliteit. We herkennen ook veel van de uitgangspunten van het Kwaliteitsbeeld. Maar dit was wel een mooi en natuurlijk moment om terug te blikken, vooruit te kijken en onze visie op kwaliteit aan te scherpen. Met waardevolle input van onze adviesorganen: de medewerkersadviesraad, de ondernemingsraad, de cliëntenraad, de artsenadviesraad en de Raad van Toezicht. Om nuttige input op te halen, verschillende perspectieven te horen en een breed draagvlak te creëren.’
Meet bewust…
‘We zaten als sector natuurlijk wel een beetje in het regime van het tellen. We merken dat veel organisaties nu even ‘uitgeteld’ zijn. Er is een duidelijke trend naar vertellen. Al moeten we er wel voor waken dat we daar nu weer niet te ver in doorschieten. Wat ons betreft, is het geen zwart-wit keuze. Het zou mooi zijn als tellen en vertellen ergens samensmelten. Zolang het maar geen opgelegde verplichting is. Want daar zijn wij zelf ook allergisch voor. We begrijpen dan ook zeker de scepsis over verplichte cijfers die weinig toegevoegde waarde hebben. Het tellen van het aantal incidenten is op zich geen verkeerde indicator, maar zegt lang niet alles. De maatschappij kan denken: ‘Oei, daar gebeurt veel. Dat zal wel niet oké zijn daar!’ Maar misschien zijn organisaties die goed zicht hebben op incidenten juist wel veiliger dan organisaties die nul incidenten rapporteren. Het gaat niet om een cijfer alleen, maar om het achterliggende proces. Waar je niet allergisch voor moet zijn, is het meten zelf. Wees je alleen heel goed bewust van wat je wilt meten. Kies eigen indicatoren die bij jouw organisatie passen, inzicht geven en helpen om de kwaliteit van je zorg verder te verbeteren. Wat helpt jouw organisatie, collega’s en cliënten echt verder?’
‘Wees niet allergisch voor het meten zelf. Wees je alleen bewust van wat je wilt meten. Kies eigen indicatoren die bij jouw organisatie passen en je waardevolle inzichten geven.’
41 graden koorts…
‘Stel: je hebt koorts. Dan is het toch wel heel relevant om te weten wat je temperatuur is. Het maakt natuurlijk nogal uit of je 38 graden of 41 graden koorts hebt. Meten geeft grip. Dat is waarom wij wel veel waarde hechten aan bruikbare eigen kwaliteitsindicatoren. Collega’s vinden de inzichten die dat oplevert vaak ook prettig. Het onderbouwt je gevoel en helpt de urgentie van dingen te bepalen. We hebben na overleg met alle adviesorganen verschillende meetbare indicatoren benoemd. Zo hecht de Cliëntenraad sterk aan het open gesprek. Dus is het voeren en aantoonbaar vastleggen van een open gesprek met iedere cliënt en zijn of haar netwerk nu een kwaliteitsindicator. Maar denk ook aan de veiligheid van de zorg. Een belangrijke graadmeter binnen dat thema is dat personeel 100% bevoegd en bekwaam moet zijn. Dan ga je kijken of collega’s inderdaad bevoegd en bekwaam zijn om bepaalde handelingen te verrichten en de juiste diploma’s hebben. Een andere indicator is dat in 80% van de zorgplannen iets over de levensgeschiedenis van een cliënt staat. Dat percentage halen we nu nog niet. Dat is ook helemaal niet erg. Juist door de indicatoren te monitoren en stap voor stap te verbeteren, ontstaat er een lerende organisatie waarin je de kwaliteit voortdurend verhoogt.’
‘Stel: je hebt koorts. Dan is het toch wel heel relevant om te weten wat je temperatuur is. Meten geeft grip. Collega’s vinden dat inzicht vaak ook prettig. Het onderbouwt gevoel en helpt de urgentie van dingen te bepalen.’
Zin in!
‘De benodigde data zijn al te vinden in ons systeem. Daar hoef je dus niet iets heel nieuws voor op te tuigen. Indicatoren die al aansluiten bij wat we registeren. Dat heeft als voordeel dat het ons geen extra ‘meetlast’ geeft. Voor het draagvlak is ook een toegankelijke vertaling belangrijk. Liever één overzichtelijk A4’tje dan een vuistdik rapport. Collega’s moeten het leuk vinden en er zin in krijgen om met kwaliteit aan de slag te gaan. En dan is het prettig als je met meetbare indicatoren werkt die dat enthousiasme aanwakkeren. De juiste eigen indicatoren waarvan je voelt dat ze bij je organisatie passen, kunnen je helpen om de kwaliteit van de zorg te verbeteren en je als organisatie verder te ontwikkelen. Er zijn maar een paar ouderenzorgorganisaties in Nederland die in hun kwaliteitsbeeld bewust kiezen voor indicatoren waarbij je moet tellen. Wij bewandelen hierin dus heel bewust onze eigen weg. Daar zijn we eigenwijs genoeg voor!’









