Ga naar hoofdinhoud Ga naar menu

‘De Haven is van ons allemaal’

Zorg

Goede zorg organiseer je niet alleen binnen de muren van een zorgorganisatie. Daar zijn bestuurder John Post en cliëntenraadslid Willem de Graaf van overtuigd. In Bunschoten-Spakenburg worden inwoners, vrijwilligers, medewerkers, cliënten en naasten daarom vanaf het eerste moment betrokken bij belangrijke keuzes. Niet omdat het moet, maar omdat goede zorg volgens De Haven alleen samen kan ontstaan. 

Een dorp waarin iedereen elkaar kent
Nog voordat het gesprek over De Haven begint, vertelt Willem over zijn broer Jan, die bij De Haven woont en voor wie hij met liefde de zaken regelt. John kent hem ook. ‘Hij is daar zo blij mee. Het is mooi dat hij zo’n broer heeft.’

Even later vertelt John dat hij Willem regelmatig tegenkomt tijdens een wandeling door het dorp. Het zijn de kleine momenten die Bunschoten-Spakenburg typeren. John: ‘Ik geloof dat de kwaliteit van een samenleving zichtbaar wordt in hoe we omgaan met ouderen. Daar een bijdrage aan leveren motiveert mij iedere dag. Juist nu het zorglandschap zo verandert, mogen we met elkaar het verschil maken. De Haven is enorm vervlochten met het dorp. Ik zeg altijd: De Haven is van ons allemaal. Ook van de inwoners. Om daar met elkaar het goede te doen voor de inwoners van Bunschoten, daar ga ik op aan.’  

Niet alles overnemen
Die overtuiging leidde enkele jaren geleden tot een andere manier van kijken naar wonen, zorg en welzijn. John: ‘Lange tijd was het vanzelfsprekend dat wij veel uit handen namen zodra iemand bij De Haven kwam wonen. Dat heeft veel bewoners en families geholpen, maar we zagen ook dat de toekomst om een andere benadering vraagt. Meer uitgaan van wat mensen zelf nog kunnen, samen met familie, vrijwilligers en ons als professionals. Naar meer zelfredzaamheid en samenredzaamheid, wij noemen dat ‘Aan het roer’. Deze draai is niet van bovenaf bedacht. Vanaf het begin hebben we alle medezeggenschapsraden betrokken. Niet achteraf om mee te praten, maar vooraf om mee te denken en richting te geven.’

‘Vanaf het begin hebben we alle medezeggenschapsraden betrokken. Niet achteraf om mee te praten, maar vooraf om mee te denken en richting te geven.’

Dat vraagt soms om ongemakkelijke gesprekken. John: ‘We zoeken het ongemak juist op. Als het schuurt, is dat niet erg. Dan ziet iemand anders blijkbaar iets wat jij nog niet ziet. Als je het gezamenlijke belang voor ogen houdt, kom je er samen uit. Dat kost tijd, maar levert uiteindelijk veel meer op.’

Niet meepraten, maar meedoen
Bij De Haven stopt medezeggenschap niet bij een cliëntenraad of ondernemingsraad. John: ‘We hebben een cliëntenraad, ondernemingsraad en professionele adviesraad, maar ook een inwonersklankbordgroep. Dertien inwoners die met ons meedenken over de grotere thema’s. Dat is voor ons volwaardige medezeggenschap. Niet omdat het moet, maar omdat hun perspectief onmisbaar is.’ 

Ook Willem merkt dat die manier van samenwerken iets verandert. Willem: ‘We zijn recht voor onze raap. Als we ergens tegenaan lopen, leggen we het op tafel. Laatst ging het over de fietsenstalling. Dat is opgepakt en uitgevoerd. Daar houd ik van. Niet wekenlang praten zonder dat er iets gebeurt.’ John ziet daarin precies de kracht van het dorp. John: ‘We zitten hier niet voor onszelf, maar voor mensen die op ons vertrouwen en op ons rekenen, nu en in de toekomst. Kritisch zijn mag. Graag juist. En wat Willem zegt over die fietsenstalling laat zien dat korte lijnen werken. Dat past ook bij Bunschoten-Spakenburg. We zijn slagvaardig.’ 

‘We zijn recht voor onze raap. Als we ergens tegenaan lopen, leggen we het op tafel. Daar houd ik van. Niet wekenlang praten zonder dat er iets gebeurt.’

De vraag die niemand stelde
We leren veel van onze inwoners. John: ‘Vanuit de inwoners klankbordgroep kregen we bijvoorbeeld signalen dat het voor veel mensen onduidelijk was waar ze moesten zijn, als ze bijvoorbeeld zorg nodig hadden of voor praktische zaken zoals een rijbewijskeuring. Samen met de inwoners is er toen een wegwijzer gemaakt, een stroomschema op papier en digitaal.’ Voor Willem is dat vanzelfsprekend. Willem: ‘Als je niet op tijd onderwerpen inbrengt, ben je te laat. Dan fiets je achter het wiel aan.’ 

Van zorg naar gewoon leven
De nieuwe manier van samenwerken zie je ook terug op de werkvloer. John: ‘We zijn gestart met enkele nieuwe teams in een andere functiemix. Informele zorg en anders geschoolde collega’s krijgen een grotere rol. Vrijwilligers worden ingeroosterd. Dat was zoeken en wennen, maar inmiddels staat het goed. Het gaat minder over zorg en veel meer over het gewone leven.’  

Daarvoor is de gemeenschap onmisbaar. John: ‘Zelfredzaamheid en samenredzaamheid gaan veel verder dan zorg. Het gaat over een zorgzame gemeenschap. Naasten, familie, vrijwilligers en inwoners horen daar allemaal bij. Om dit aan te jagen organiseren we inwonersavonden, schrijven we in de lokale krant en trekken we samen op met huisartsen, welzijnsorganisatie, ouderenbond, woningcorporatie en gemeente. Als je iets wilt veranderen, kun je dat niet alleen.’  

Samenwerking vraagt om blijvende verbinding
Willem: ‘Iedereen vanuit de cliëntenraad heeft een afdeling waaraan hij of zij gekoppeld is. We lopen rond, spreken bewoners en familie en nemen signalen mee. Als het nodig is, kloppen we gewoon bij John aan. We kennen elkaar.’

De cirkel
Aan het einde van het gesprek tekent Willem met zijn handen een denkbeeldige cirkel. Willem: ‘Toen ik nog in de bouw werkte, tekende ik altijd een cirkel. Iedereen staat daarin. Iedereen is even belangrijk. Zo is het hele leven. Je kunt niets alleen.’ John hoeft niet lang na te denken. Hij knikt instemmend. John: ‘Dat vind ik een prachtige metafoor. Dit is precies waar het om gaat. Niet een paar mensen die bedenken hoe het moet, maar samen optrekken. Iedereen die betrokken is, heeft een stem en een rol. Iedereen doet mee en doet ertoe.’

Voor Willem is de boodschap aan andere organisaties eenvoudig: maak het niet te lastig en begin ergens. Willem: ‘Begin gewoon met een clubje mensen. Zet iedereen aan tafel. Maak die cirkel. Kijk daarna samen wat eruit komt.’ John sluit af met de overtuiging die als een rode draad door het gesprek loopt. John: ‘Nodig iedere betrokkene uit om mee te denken en mee te doen. Bewoners, cliënten, naasten, medewerkers, vrijwilligers en inwoners. Als mensen mede vorm kunnen geven aan de toekomst, ontstaat eigenaarschap. Dan wordt het niet iets van een organisatie, maar van ons allemaal.’

‘Als mensen mede vorm kunnen geven aan de toekomst, ontstaat eigenaarschap. Dan wordt het niet iets van een organisatie, maar van ons allemaal.’